Eind jaren 80 deed Ben Koks met de Werkgroep Akkervogels veldonderzoek naar vogels in grote akkerbouwgebieden in Groningen. Het was daar dat Koks’ levenslange fascinatie met boerenlandvogels, in het bijzonder met de grauwe kiekendief en de veldleeuwerik, begon.
Nu, ruim 35 jaar later, heeft hij zijn visie op hoe we natuur en landbouw met elkaar kunnen verbinden opgetekend in zijn nieuwe boek Jodelende wulpen & keukentafels – Landbouw door vogelogen. Een indrukwekkend relaas dat stoelt op decennialang onderzoek en ervaring in het veld. Het boek verhaalt over professioneel succes en teleurstelling, over gouden grepen en gemiste kansen. Maar ook over persoonlijk verlies en pijn. Emoties die hij ook herkent bij vogels.
‘Zijn’ vogels leerden hem om landbouw te begrijpen. Zoals grauwe kiekendief Franz, die hem naar verre oorden voerde als Mali en Marokko, en hem in zo contact bracht met plaatselijke boeren en herders. Inspirerende ontmoetingen die hem waardevolle kennis en nieuwe ecologische inzichten verschaften. Die lerende benadering past hij nog altijd toe, want juist bij iets complex als agrarisch natuurbeheer is het voortdurend zoeken naar de juiste balans tussen voedselproductie en biodiversiteit onmisbaar.
In het ‘Kookboek van Koks’ beschrijft hij ‘recepten’ die wél werken
Aan de hand van zes soorten (blauwe kiekendief, veldleeuwerik, patrijs, geelgors, wulp en grutto) beschrijft Kok in detail voorbeelden uit de praktijk. Waar het misging – zoals maatregelen waarvan niet eens wordt onderzocht of ze wel of niet werken –, maar ook waar de mogelijkheden liggen. In het tweede deel, het ‘Kookboek van Koks’ beschrijft hij ‘recepten’ die wél werken. Gedegen en werkbare pakketten, die zijn toegespitst op de ecologie van soorten. Pakketten die waar nodig op basis van onderzoek bijgestuurd kunnen worden. Het is een pleidooi voor een integrale aanpak waarbij agrarisch en regulier natuurbeheer, waterschappen en provinciale en gemeentelijke overheden samenwerken.
We kunnen het boerenland weer tot leven wekken
Ondanks de bedroevende staat waarin akkervogels zich (nog steeds) bevinden, geeft Koks’ boek reden tot hoop. Het is nog niet te laat. Het kan anders, het moet anders. We kunnen het boerenland weer tot leven wekken, zodat akkervogels er gedijen. We kunnen de sector van een de grootste vervuilers van de planeet omvormen tot een sector die juist bijdraagt aan een stabiele voedselvoorziening en het behoud van leven. Een landbouwpraktijk die opereert binnen ecologische grenzen.

Wat we daarvoor voor alles nodig hebben is onafhankelijke wetenschap en langjarige kennisopbouw, bij onderzoekers én akkerbouwers. Keukentafels waaraan boeren en ecologen samen concepten ontwikkelen, die ze al doende testen en verbeteren. Met trial and error en met vallen en opstaan, want ook zó komen we vooruit. Er zijn mensen nodig die uit hun bubbel durven te stappen waarin beleid, wetenschap, praktijk en belangenbehartiging zich hebben opgesloten. Onafhankelijke, eigenwijze mensen, die willen leren van het verleden (en van vogels). Mensen die groots durven dromen en die dromen weten te vertalen in praktische landbouwconcepten en -systemen die toekomst bieden aan boeren én onze biodiversiteit. Mensen die de mouwen opstropen en wat gaan doen!
Jodelende wulpen & keukentafels – Landbouw door vogelogen, Ben Koks, 2026, Noordboek,
Eerder verscheen van zijn hand het essay Vogels wijzen ons de weg – Landbouw en natuur in balans, 2021, KNNV,