Jagers lobbyen bij de provincie Utrecht om weer vossen te mogen doden. Ze portretteren zichzelf daarbij als redders van in nood verkerende weidevogels. Op het verhaal van hobbyjager Nico de Bruin Bij EenVandaag en NPO Radio1 valt het een en ander af te dingen, want het stuk wemelt van de halve waarheden en pertinente leugens. Tijd voor een factcheck!
Claim 1: Vossen hebben geen natuurlijke vijanden = ONWAAR
Een drogreden die jagers veelvuldig gebruiken, maar biologisch gezien nonsens. In het wild levende dieren staan dagelijks bloot aan vele gevaren en een heel scala aan doodsoorzaken: voedselgebrek en -concurrentie, territoriumstrijd, gebrek aan geschikte territoria, ziektes, parasieten, ongelukken, uitputting (bijv. na balts) en de elementen (droogte, hoogwater, enz.). In de natuur worden vossen dan ook maar zo’n 5 jaar oud, tegenover ca. 15 jaar in gevangenschap. De natuurlijke vijand van een vos is dan ook een andere vos.
Vossen tolereren geen andere vossen in hun territorium
Claim 2: Er zijn gewoon te veel vossen = ONWAAR
Vossen zijn territoriaal. Er kunnen dus nooit meer vossen in een gebied leven dan dat er geschikte territoria zijn. Vossen tolereren geen andere vossen in hun territorium. Een geschikt territorium is een gebied waar voldoende voedsel te vinden is, en mogelijkheden biedt voor een veilige plek om jongen te werpen. Schiet je een vos dood, dan valt het territorium leeg, en zal een andere vos dit snel innemen. ‘Te veel’ is dus een mening en geen (ecologisch) feit of biologisch gegeven. Wel een biologisch wetmatigheid is dat afschot de aanwas juist stimuleert. Er is geen enkele noodzaak om vossen de doden, want zij ‘beheren’ zichzelf.
Claim 3: Een weiland is een ideale omgeving voor de vos, door de aanwezigheid van de vele weidevogels = ONJUISTE VOORSTELLING VAN ZAKEN
Weidevogels en hun eieren vormen geen stapelvoedsel voor vossen, alleen al omdat het broedseizoen maar enkele maanden duurt. Basisvoedsel voor vossen bestaat voornamelijk uit muizen of konijnen. Muizen die veel voorkomen op graslanden met een lage waterstand. Graslanden ook die niet optimaal zijn voor weidevogels, die juist gedijen in een drassige omgeving, met een rijk bodemleven, een grote variatie aan planten en daarmee veel verschillende insecten. Het probleem is dus niet dat rond graslanden vossen of andere predatoren voorkomen, maar dat weidevogels in dergelijke graslanden lage overlevingskansen hebben vanwege gebrek aan voedsel.
Claim 4: Predatie is de oorzaak van de achteruitgang van weidevogelpopulaties = PERTINENT O
NWAAR
De achteruitgang van weidevogels is een direct gevolg van het verlies aan geschikte leefgebieden door de intensieve landbouw: kunstmatig laag gehouden grondwaterpeil, intensieve bemesting en het gebruik van landbouwgif. Zorg voor diverse flora, een rijk bodem- en insectenleven en de weidevogels hebben meer voedsel en daarmee een grotere overlevingskans. Door de hogere waterstand zijn de landerijen bovendien niet geschikt voor muizen, waardoor deze locaties niet geschikt zijn voor de vestiging van vossen vanwege het ontbreken van hun stapelvoedsel.
Claim 5: Een vos eet in één nacht heel weiland leeg = THEORETISCH MOGELIJK, MAAR ALLEEN MET HULP VAN MENSEN EN ONDER ONNATUURLIJKE OMSTANDIGHEDEN
Het hoofdvoedsel van vossen bestaat uit muizen. De vos is ook een opportunist die andere makkelijke prooien niet zal laten liggen. Hulp daarbij krijgt hij van mensen: frequent gemaaid grasland, waar om gemarkeerde nesten met eieren heen gemaaid wordt, biedt zulke makkelijke prooien. Het zijn dus mensen die het mogelijk maken dat broedende vogels en kuikens geen dekking hebben en waar de kuikens bovendien verzwakt zijn door voedselgebrek. De oplossing is niet het doden van predatoren zoals vossen, katten, marters, kraaien of een van de andere vijftien predatoren, maar zorgen voor natuurlijke bescherming in de vorm van gevarieerde vegetatie, extensief beheerde graslanden met een laag aantal koeien per hectare, zonder kunstmatige ontwatering, waar geen kunstmest en gif gebruikt wordt. Is een gebied eenmaal optimaal, dan zullen ook grotere aantallen weidevogels beter in staat zijn om eventuele predatoren te verjagen.
Als jagers werkelijk weidevogels zouden willen beschermen, zouden ze bij provincies lobbyen voor het herstel van de leefgebieden van weidevogels
Conclusies
Dit verhaal is een goed voorbeeld van natuurpopulisme, omdat het hier helemaal niet gaat over een keus tussen het leven van weidevogels en dat van vossen. Je helpt een soort, die wegkwijnt als gevolg van hoe wij ons land hebben ingericht, niet door een willekeurige andere soort te doden. Want ook dan kwijnt de weidevogel in hetzelfde tempo weg.
Ook wordt in dit stuk de vorm van een valse balans gecreëerd
Ook wordt in dit stuk de vorm van een valse balans gecreëerd. De jager presenteert zichzelf als natuurkenner en deskundig, maar de mening van een man die in zijn vrijetijd dieren doodschiet, staat niet gelijk aan wetenschappelijke inzichten van onderzoekers. Wij moeten meneer De Bruin maar gewoon op zijn woord geloven, terwijl hij geen enkele claim kan onderbouwen met onderzoek of wetenschap. De inbreng van dierenbeschermingsorganisaties zoals Fauna4Life is daarentegen wél te onderbouwen met uitgebreide wetenschappelijke literatuur.
Als de intentie van De Bruin c.s. zuiver zou zijn, als ze werkelijk weidevogels zouden willen beschermen, dan zouden ze bij provincies lobbyen voor het herstel van de leefgebieden van weidevogels. Dat zij natuurlijke jagers (vossen, marters, katten, kraaien, ooievaars, roofvogels enz.) graag neerzetten als de kwade genius, kan niet anders gezien worden dan dat zij die soorten beschouwen als concurrenten. De teloorgang van weidevogels vormt daarvoor niet meer dan een zeer welkom gelegenheidsargument.